Rhamnus cathartica
Wegedoorn
De wegedoorn (Rhamnus cathartica) is een struik uit de wegedoornfamilie (Rhamnaceae). De plant lijkt een beetje op sporkehout (Frangula alnus). De wegedoorn is inheems in Europa, het is een bladverliezende, lage tot middelhoge struik of kleine boom. Het kernhout is roodachtig bruin terwijl het spinthout geel is. De zijtakken en bladeren staan bijna kruiswijs tegenover elkaar. De stam is grijs met veel lenticellen. De jonge takken hebben een strobruine kleur. De bladeren zijn verschillend van vorm, cirkelvormig tot langwerpig, met een toegespitste top, een fijngezaagde rand, een wigvormige of afgeknotte voet, en soms zijn de bladhelften ongelijk zoals bij de iep, en hebben een lange bladsteel. De zes tot tien paren van prominent gegroefde nerven zijn aan de onderkant licht donzig behaard. Ze staan verspreid langs de stengels. De bloemen zijn klein, stervormig met vier groengele driehoekige bloemblaadjes, meestal functioneel eenslachtig en staan samen in de bladoksels. Wegedoorn bloeit in mei en juni en wordt door insecten bestoven. De vrucht is een kleine bes van 6-10 mm in diameter die rijpt van groen naar zwart, met vier steenkernen elk met een zaad.
Beknopte eigenschappen
| Hoogte volgroeide plant: |
5 - 7,5 M |
| Bloemkleur: |
geel, groen, wit |
| Standplaats: |
halfschaduw, zon |
| Grondsoort: |
alle, kalk |
| Vorm: |
opgaand |
Bloeiperiode
| | | | X | X | | | | | | |
| jan | feb | maa | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec |